Ik ben Thelma Chang. Ik ben 72 jaar oud en ik woon al 35 jaar in Almere en het bevalt me heel goed hier in Almere.

Ik heb hier, daar en overal gewoond, totdat ik in Almere terecht ben gekomen. Toen voelde ik voor het eerst een beetje veiligheid en er was een gemakkelijke verbinding naar mijn werk. Mijn dochter en kleinkinderen zijn hier opgegroeid en ik heb ze in Almere hun basis gegeven.
In de loop der jaren zie ik hoe Almere is gegroeid. Ook qua mensen. Ik vind dat hier veel geaccepteerd wordt, maar dat het nog beter kan. We komen immers allemaal uit een moeder en niet uit een boom.
Ontvang mensen zoals ze zijn. Respectvol. Het maakt niet uit wat voor kleur je hebt, wat voor ras of welk geloof. Ik heb meegemaakt dat iemand aan mij vroeg: “voel je je meer of minder dan een blanke?” Ik was helemaal verbaasd en wist even niet wat ik moest zeggen. Toen heb ik gezegd: “neem een blaadje en snijd in je vinger. Kijk naar de kleur. Ik snij mezelf ook, dan is het hetzelfde”.
Die ervaring was echt discriminatie. Dat voel je. Dat geeft een gevoel van: ik ben toch ook gewoon een mens? Ik heb ook situaties meegemaakt dat toen mijn dochter en nichtjes klein waren, ze werden weggeduwd en andere kinderen werden voorgetrokken. Dan vragen ze: waarom mogen wij niet? Dat doet pijn.
Ik ben van Chinese afkomst en geboren in Suriname. Mijn vader reisde na de afschaffing van de slavernij van China naar Suriname. In Suriname leerden we vooral geschiedenis over Nederland en niet over Suriname. Daardoor weten mensen later minder over hun eigen achtergrond. Mijn roots zijn belangrijk. Daar kom ik vandaan. Dat moet je doorgeven.
Ik praat veel met mijn kleinkinderen over hoe het vroeger was. Ze vinden dat leuk en willen weten waar ze vandaan komen. Ze willen ook een keer naar Suriname. Als je het niet doorgeeft, vervaagt het. Dan weet je het op een gegeven moment niet meer. Kennis is belangrijk. Dat neem je mee naar je toekomst.
In Suriname leefden veel verschillende groepen samen. We woonden naast Joodse families en Libanese families. Je leerde van elkaar en je at bij elkaar. Dat zie ik hier ook terug. Mijn buurvrouw is Turks en mijn andere buurvrouw is Marokkaans. We brengen eten naar elkaar en eten samen. We combineren van alles. Surinaams, Chinees, Javaans, Nederlands. Dat maakt het mooi. Eten brengt mensen samen. Dat is het belangrijkste. Als je openstaat voor andere mensen, verrijk je jezelf. Je moet elkaars cultuur meemaken. Zo begin je met samenleven.
Ik heb een leuke jeugd gehad, maar ook een met vallen en opstaan en hard werken. Ik heb heel vroeg zelfstandigheid geleerd. Dat moest wel. We hielpen allemaal mee. Na het overlijden van mijn moeder ben ik op jonge leeftijd naar Nederland gekomen. Ik was 16, bijna 17, en kwam alleen. Ik moest mezelf redden. Ik ben naar school gegaan, heb gewerkt, krantenwijken gedaan en voor oudere mensen gezorgd. Zo heb ik mezelf opgebouwd. Ik heb ook gestruggled, vooral financieel. Maar ik zeg altijd: wie goed doet, goed ontmoet. Dat houdt me boven.
Opvoeding is belangrijk. Dat begint bij de ouders. Normen en waarden zijn belangrijk. Je moet kinderen blijven corrigeren. Je begint bij jezelf, bij je familie en bij je buren. Stap voor stap. Je kan niet de hele wereld veranderen, maar je kan wel bij jezelf beginnen. En zo geef je het door aan de volgende generatie. Dat is voor mij het belangrijkste.