Mijn naam is Surendre Ramkhelawan.

Ik ben deels opgegroeid in Suriname. In 1970 ben ik met mijn ouders in de Bijlmer terechtgekomen. Na de onafhankelijkheid van Suriname zijn we teruggegaan voor een nieuwe start, maar na een jaar bleek het voor mijn ouders toch verstandiger om weer terug te komen naar Nederland.
Project Almere was net begonnen en mijn vader had zich ingeschreven. Ik herinner me nog dat hij ons meenam om Almere te laten zien. Het was een regenachtige, koude dag en overal was zand. Dat was niet echt uitnodigend. Het leek geen leuke plek, maar je gaat mee met je ouders, je hebt geen keuze als kind. We gingen vanuit de Bijlmer via de dijk naar Almere, want er was nog geen A6. Via diezelfde route gingen we ook naar een noodschool, omdat De Meergronden nog gebouwd werd. Zo begon eigenlijk ons leven hier. Dat was in 1979.
Mijn vader kocht een huis in Almere Haven en er waren toen nog niet zo veel mensen. Ook op school niet. Ik maakte nieuwe vrienden, voornamelijk Nederlands, want er waren nog weinig andere mensen van kleur. Omdat Almere nog jong was, was er weinig te doen voor de jeugd. Dat was soms lastig, je moest jezelf vermaken.
Er waren buurthuizen met op vrijdagavond een soos of disco in houten gebouwtjes. Verder was er vooral zand en modder, dus je ging crossen en dingen repareren. Dat was hoe je je tijd vulde. Je maakte nieuwe vrienden, want iedereen was nieuw hier. Met veel van die vrienden ben ik nog steeds bevriend, omdat je toch die band van Almere hebt.
Met een van mijn beste vrienden had ik een drive-inshow. We draaiden plaatjes op scholen. Op een gegeven moment verzamelden we zelf apparatuur, spaarden geld en knutselden alles bij elkaar. Dat deden we jarenlang, vooral in Almere en soms in Amsterdam.
Mijn vader richtte in Almere een stichting op voor de Hindoestaanse gemeenschap, zodat mensen bij elkaar konden komen: Stichting Sandhi. Hij was daar heel actief in en zette zich daar echt voor in. Als kinderen waren wij daar toen niet zo mee bezig, dat was meer iets voor de ouderen en speelde zich vooral op de achtergrond af in ons leven. Nu ik zelf ouder ben, kijk ik daar anders naar en hecht ik meer waarde aan het hindoeïsme. Het heeft voor mij meer betekenis gekregen en ik sta er bewuster in dan vroeger.
Almere is een hele jonge opbouwstad. Ik heb het zien groeien. Eerst waren er een aantal woonwijken en heel veel zand en in de loop der jaren is het alsmaar groter geworden. Er is een plek die voor mij speciaal is. Dat is een stukje bij het strand in Almere Haven. Daar zaten we vroeger vaak met vrienden en hadden we altijd plezier. Soms ga ik er nog heen. Het is nog steeds een rustig stukje. Dan ga ik daar zitten en denk ik terug aan hoe het vroeger was. Almere heeft veel ruimte en vrijheid. Dat vond ik toen prettig en dat vind ik nu nog steeds. Dat maakt Almere voor mij een fijne plek.