Direct naar paginainhoud

Karel Berkhout

Mijn naam is Karel Berkhout. Ik ben echtgenoot, vader, grootvader en overgrootvader. Dat vind ik het allerbelangrijkste in mijn leven, eerlijk gezegd.

Ik woon sinds 2007 in Almere maar ben opgegroeid in Amsterdam, in de Rivierenbuurt. Fantastisch, want wij woonden aan de rand van de stad. Daar begonnen toen de weilanden bij de Amstel, en speelde ons leven als kind zich af. We voetbalden, bouwden tenten en stookten fikkie. Mijn leven als kind was vooral buiten en daarnaast las ik veel. Mijn moeder was de lezer in huis. Zo is het ook gekomen dat ik me ben gaan interesseren voor Suriname. Ik vind het belangrijk om te weten waar ik vandaan kom.

Een familiegeschiedenis

Mijn moeder was Surinaams. Mijn moeder sprak Sranantongo. Op de foto (zoals te zien in mijn handen*) zie je haar samen met mijn opa en oma, kort voor het vertrek naar Nederland. Ze is daarna nooit meer teruggegaan naar Suriname. Mijn familiegeschiedenis gaat ver terug. Mijn opa kwam uit Brabant, een boerenjongen. Hij had weinig scholing gehad en is als jongen weggegaan, heeft in Duitsland in de mijn gewerkt, en is later geronseld voor het Koninklijk Nederlands Indisch leger. Zo is hij in West-Indië, Suriname, terechtgekomen, waar hij werd gestationeerd in Fort Zeelandia. Het fort lag vlak bij het huis van mijn oma en zo heeft hij haar ontmoet. In dat huis aan de Kleine Combéweg nr 65 in Paramaribo werd mijn moeder geboren.

Een lijn van vrije vrouwen

Aan de kant van mijn oma gaat de lijn nog verder terug, tot de plantages. Mijn Afrikaanse oermoeder heette Amba en moest werken op een plantage. Haar dochter Aurora is vrijgemaakt rond 1770. Ze ontwikkelde zichzelf van naaister tot vroedvrouw, ondanks dat ze geen lezen en schrijven had geleerd. En wat er dan gebeurt, is dat zij haar moeder vrijkoopt, en later haar kinderen. Dus zijn het tegen de stroom in allemaal vrije vrouwen geworden. Dat betekent dat die hele geslachtslijn allemaal vrije vrouwen waren. Dat vind ik bijzonder. Maar tijdens mijn stamboomonderzoek kwam ik ook dingen tegen die niet mooi zijn. Meisjes deden er toen niet toe, zij werden vaak niet erkend. En tot de afschaffing van de slavernij zie je dat mijn overgrootmoeder zelf nog tot-slaaf-gemaakten in haar huishouding had. Dat is wat, hè.

Het Surinaamse in mij

Thuis kregen we Surinaamse dingen mee. Altijd netjes praten, respect voor ouderen, gezelligheid. We aten thuis Surinaams. Minstens één keer per week rijst, daar ben ik mee opgegroeid. Mijn moeder at ook vaak met haar handen. En één keer per maand kwamen alle families bij opa en oma bij elkaar om te eten. Altijd Surinaams eten. Ik ben streng opgevoed, maar ook met veel gezelligheid en met een Surinaamse oma die elke week een dagje bij ons was. 

Zuinig omgaan met spullen, dat is ook iets wat ik meegekregen heb. Het wordt gerepareerd, er wordt niets weggegooid. Dat is in mijn beleving ook Surinaams. Mijn vrouw zegt dat ik behoorlijk Surinaams ben. Ik ben me daar niet zo van bewust, maar Surinamers herkennen het op een of andere manier als ik in Almere over straat loop. Ze groeten mij. Er is een band die je niet altijd ziet, maar die er wel is. Ik ben nooit in Suriname geweest. Maar het zit wel in mijn leven, in mijn familie en in mijn manier van doen.

*Deze foto is onderdeel van de serie uit het boek ‘Trouwportretten: Surinaamse voorouders in beeld’ en de bijhorende tentoonstelling ‘Surinaamse trouwportretten’ van Lucia Nankoe. De tentoonstelling bestaat uit meer dan honderd bruidsfoto’s en vertelt het verhaal van vele familiegeschiedenissen. 
 

Illustratie Almere skyline
Geef jouw mening