Ik ben Ashwin Badrising. Je kan me kennen van mijn winkel: Badris Tropical. Dat is eigenlijk de afkorting van mijn naam. Ik ben 52 jaar, woon sinds een jaar in Almere, in Oosterwold, en ben fulltime ondernemer.

In de jaren 70 is mijn familie vanuit Suriname naar Nederland overgekomen. Mijn opa opende toen in Amsterdam een Surinaamse winkel. Dat was heel bijzonder want toen kon je niet overal Surinaamse producten vinden. Alle generaties daarna hebben eigenlijk ditzelfde werk gedaan. In 2003 kreeg ik de kans om een Surinaamse toko over te nemen van een oom van mij in de Amsterdamse Poort. Dat beviel me eigenlijk heel goed. Daar heb ik ongeveer 23 jaar gezeten en steeds verder uitgebouwd. Alleen doe ik het wel op een andere manier dan hoe het ging in de tijd van mijn opa.
Ik geloof echt in marketing. Van oudsher openen mensen de deuren van een toko en verwachten ze dat de klant vanzelf naar binnen komt. Maar ik wilde een veel breder publiek. Dus ik ging investeren in reclame op Surinaamse en Hindoestaanse radiostations. Ik maakte zelf mijn jingles: liedjes waarvan ik de tekst veranderde zodat het over de winkel en de aanbiedingen ging. Vandaag de dag doen we dat via social media. Mensen lopen hier naar binnen en zeggen: “Mijn nicht in Suriname appte me dat ik hierheen moest.” Mensen rijden vanuit Groningen of Maastricht hier naartoe. Dat blijft bijzonder.
Drie, drieënhalf jaar geleden zou de Amsterdamse Poort op de schop gaan. Mijn zakelijk instinct zei: Nee, ik ga niet een aantal jaar in een bouwval zitten. Toen heb ik de move gemaakt naar Almere. Een goede vriend die al 100 jaar in Almere woont zei al heel lang tegen mij: “Doe eens iets in Almere”. Dus begonnen we met een soort bazaar. We huurden letterlijk twaalf marktkramen en maakten er een kwaku-achtig evenement van met schaafijs, live cooking en muziek. We dachten: We zien het wel hoe het loopt. Maar om twaalf uur brak de hel los. We kregen misschien wel zeven- tot achthonderd man. Aan het eind was ik leeg. Ik moest dat echt even bevatten. Mensen waren zo enthousiast dat ik naar Almere kwam, dat was heel bijzonder.
Een Surinaamse winkel is ook een beetje een sociale plek, een plek van ontmoeten. Dat zien we elke week gebeuren. Mensen komen elkaar tegen en wij nemen ook de tijd om een gesprek aan te gaan. Je bouwt met mensen een band op. Nog steeds komen mensen uit Amsterdam Zuidoost helemaal hierheen rijden. Natuurlijk hebben we goede aanbiedingen, maar het is ook die persoonlijke touch. Je onthoudt mensen, je kent mensen. Ik merk het als ik iemand een tijdje niet zie in de winkel. En als je dan die persoon ineens weer ziet binnenkomen zeg je: Ik heb nog aan je gedacht. Ik denk dat het iets Surinaams is, dat je feeling en binding hebt met mensen.
Het fijne van een Surinaamse winkel is dat je bij al die gelegenheden betrokken bent. Met Keti Koti verkoop ik veel stijfsel, omdat de dames willen dat hun koto mooi zit. Met Goede Vrijdag is het visdag, dus daar speel ik op in. Dus je leeft eigenlijk altijd mee in die dingen. Suriname heeft verschillende culturen met allemaal hun eigen (eet)gewoontes. Ik ben hier geboren, maar alles wat Surinaams is, dat heb ik echt wel meegekregen. Dat zit echt wel in me.
Ik probeer ook iets terug te doen voor de samenleving. Mensen uit de buurt vragen soms of ik iets kan betekenen voor een buurtfeest of voor mensen die het moeilijk hebben. Dan geef ik bijvoorbeeld een emmer chips of een doos bakbananen mee. Het is een wisselwerking met mensen. We zitten hier nu bijna twee jaar en groeien nog steeds. Ik heb nog niet alle Almeerders naar binnen gehaald. Misschien komt er in de toekomst nog een vestiging bij. Maar voor dit moment focussen we hier nog op het groeien.