Wij zijn Afzal (36 jaar) en Djannah (10 jaar) Basnoe, vader en dochter, en wij wonen in Almere.

Afzal woont hier sinds zijn derde. Djannah is hier geboren, een echte Almeerder. Wij groeien op in twee verschillende generaties, maar in dezelfde stad. Wij zien hoe Almere is veranderd en nog steeds verandert. Wat blijft, is dat wij ons hier thuis voelen.
Mijn familie en ik zijn in 1992 naar Muziekwijk gekomen. Toen was er nog heel veel niet, de straten voor mijn ouderlijk huis waren nog niet eens aangelegd. Almere was een jonge stad in de bouw, met heel veel witte mensen. Op de basisschool waren de bruine mensen op een hand te tellen. Wij waren uniek, maar ook apart en kinderen hebben geen blad voor de mond. Ik kreeg wel eens opmerkingen dat ik op Zwarte Piet leek of dat ik een poepkleur had. Later veranderde dat, Almere is kleurrijk geworden. Vanaf de middelbare school was het veel meer gemixt, een echte multiculti-school. Daar viel ik niet meer op als Surinamer zijnde. In veertien jaar tijd ging het van alleen zijn als bruin jongetje naar samen met elkaar zijn.
Ik ben Hindoestaanse Surinamer en moslim. Ik ben trotse Nederlander, trotse Surinamer, trotse moslim, allemaal tegelijk. Maar nog specifieker voel ik mij Almeerder. Almere is een hele rare stad, maar ik ben er hartstikke trots op. Dit is mijn thuis. Hier kan ik rustig ademhalen. In mijn werk als imam probeer ik bruggen te slaan tussen mensen. De kunst is om je perspectief te verplaatsen naar die van de ander. Het helpt daarbij dat ik Sranantongo en Arabisch spreek. Weet je wat mensen nog meer bij elkaar brengt? Eten! Verbinden moet je niet alleen doen in moeilijke tijden, maar ook in goede. En in goede tijden doen we dat met eten zeg ik altijd. Je gaat niet met een lege maag naar huis als je een Surinaams huis betreedt. Gezelligheid creëren hoort ook bij de Surinaamse cultuur. Samen zijn, praten, eten, dansen, muziek. Zo komen we moeilijke tijden door.
Ik heb in Almere gelopen, gefietst, gescooterd, gebust en autogereden. Alles heb ik gedaan in Almere. Voor de toekomst hoop ik dat Almere creativiteit, talent, rechtvaardigheid en gelijkheid meer ondersteunt. Niet alleen voor de bühne, maar ook in de praktijk. In het bedrijfsleven merk ik dat ik als bruine man met baard toch nog anders wordt bekeken en beoordeeld. We moeten meer begrip en meer kennis krijgen van elkaars achtergrond, of het nou gaat over de Surinamers of een Nederlander wiens opa in de tweede wereldoorlog heeft gestreden. Het is belangrijk dat we elkaars verhalen vertellen. Ik hoop ook dat Almere meer zal investeren in de ontwikkeling van jongeren en hun kracht. Dat mijn dochter Djannah hier haar Almeerse én Surinaamse achtergrond kan omarmen en haar creatieve talenten kan ontwikkelen.
Ik ben hier geboren. Ik woon in Almere en zit hier ook op school. Het is leuk. In mijn buurt wonen allemaal culturen door elkaar: Marokkaanse mensen, Spaanse, Koerdische, van alles. Dat vind ik leuk, want je ziet wat anderen doen en hoe andere mensen leven. Ik speel veel buiten met andere kinderen bij een speelpleintje bij mijn huis, dat vind ik heel leuk om te doen. Dit jaar heb ik voor het eerst de hele maand Ramadan gevast. Toen ging ik ook buitenspelen want mijn vriendinnen vasten ook en dan doen we het samen. Zo gaat de maand dan heel snel. Maar het leukste aan die periode was eigenlijk het eten aan het einde van de dag. Tjauw min, nasi en bami vind ik echt heel lekker. En dawet ook.
Minder leuk is dat ik een kind ken die best wel racistisch is. Die heeft tegen andere kinderen met een donkere huidskleur gezegd: “Ik speel niet met donkere mensen zoals jullie”. Dat is gewoon echt geen slim ding om te zeggen en gewoon, nou ja, niet leuk.
Het huis van mijn opa en oma in Muziekwijk vind ik een fijne plek in Almere. Het is altijd gezellig daar en altijd wel iets te doen. Ik heb bijna nooit dat ik me daar verveel. Ik ben creatief, ik knutsel heel veel en wil later als ik groot ben iets doen met creatieve dingen.